Professionnals - Beslag en overdrag

Bepaling van de gedeeltes die vatbaar zijn voor beslag en overdracht

Beslag en overdracht zijn juridische maatregelen die een schuldeiser kan nemen. De schuldeiser kan vragen om een deel van het vakantiegeld niet te storten aan de werknemer, maar wel aan de schuldeiser.

De volgende tabel geeft een overzicht van de bedragen die vatbaar zijn voor beslag en overdracht en die van toepassing zijn voor het vakantiejaar 2019 - vakantiedienstjaar 2018.

  Vakantiejaar 2019

Zonder beperking boven

 

1 462,00 EUR

Noch beslag noch overdracht tot

 

1 128,00 EUR
 

Beslag of overdracht tot 20%

vanaf
tot

1 128,01 EUR
1 212,00 EUR

Beslag of overdracht tot 30%

vanaf
tot

1 212,01 EUR
1 337,00 EUR

Beslag of overdracht tot 40%

vanaf
tot

1 337,01 EUR
1 462,00 EUR

Verhoging van de bedragen per kind ten laste

 

70,00 EUR

Wanneer de personen, beoogd in lid 1 van het koninklijk besluit, één of meerdere kinderen ten laste hebben, worden de bedragen, vermeld in de voorgaande paragrafen, verhoogd met €70,00 per kind ten laste in vakantiejaar 2019.

Info wetgeving:

  • Uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek: jaarlijkse aanpassing bij koninklijk besluit.
  • Voor 2019: Koninklijk Besluit van 16 december 2018 (Belgisch Staatsblad 28.12.2018) Inwerkingtreding: 1 januari 2019.

naar boven

Verhoging van de gedeeltes die niet voor beslag of overdracht vatbaar zijn per kind ten laste

De betekening van het beslag of van de intentie om een overdracht uit te voeren aan de werknemer door de schuldeiser moet, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste bevatten (model van het formulier: pdf bestandformulaire_kinderen_ten_laste_2019_jan.pdf (557 kB))

Sinds 1 januari 2019 wordt het gedeelte dat voor beslag of overdracht vatbaar is, binnen de grenzen ervan, verminderd met 70,00 euro per kind ten laste.

De werknemer die aanspraak kan maken op de verhoging van zijn inkomsten die niet voor beslag of overdracht vatbaar zijn, doet ervan aangifte:

  • bij de derde-beslagenen en de gecedeerde schuldenaars (bij het vakantiefonds dat bevoegd is wat zijn vakantiegeld betreft;
  • en, in kopie, aan de schuldeiser.
     

De aangifte wordt overhandigd:

  • ofwel tegen ontvangstbewijs
  • ofwel per aangetekend schrijven

Het gebruik van het aangifteformulier voor kind ten laste door de werknemer is niet verplicht. De gegevens van het officiële formulier moeten daarentegen voorkomen op de aangifte van de werknemer.

De aangifte zal van kracht worden vanaf de maand die volgt op de ontvangst ervan door de derde-beslagene of de gecedeerde schuldenaar voor zover:

  • deze beschikt over een termijn van tien werkdagen voor de normale datum van de betaling;
  • de hoedanigheid van kind ten laste vastgelegd wordt overeenkomstig het formulier en één van de voorziene bewijsmiddelen;
  • en dat de werknemer op eer verklaart dat het kind over geen inkomsten beschikt waarvan het bedrag hoger is dan het bedrag dat door de Koning bepaald werd of dat zijn inkomsten het voorwerp vormen van een gemeenschappelijke belastingaangifte.

De derde-beslagene of de gecedeerde debiteur moet geen enkele brief opstellen. Hij heeft een beoordelingsbevoegdheid die zich beperkt tot een documentaire controle: hij beoordeelt of de verschafte stukken onvoldoende of onvolledig zijn. In deze laatste veronderstelling houdt de derde-beslagene of de gecedeerde debiteur geen rekening met de aanvraag, verwittigt hij de aanvrager en wacht hij op een gerechtelijke beslissing. Hetzelfde geldt wanneer de schuldeiser de aanvraag betwist.

Info wetgeving: Artikel 1409, §1, lid 4, en artikel 1409, § 1bis, lid 4 van het gerechtelijk wetboek.

naar boven

Uitzondering

Ingeval van beslag of overdracht voor alimentatiegeld kan het vakantiegeld volledig in beslag genomen of overgedragen worden en dan is het berekeningsmechanisme zoals hierboven uitgelegd, niet van toepassing.

Om een simulatie van het vakantiegeld en de verdeling ervan onder de schuldeisers te krijgen, ga naar 'Mijn Vakantierekening'. 

Info wetgeving: Artikel 1412 van  het Gerechtelijk wetboek

naar boven